Indus |
Jeroen van der Valk - nov 2004 |
||
|
De doos eenmaal geopend, blijken de onderdelen zelf wel redelijk goed uitgewerkt te zijn. Er zijn vier maal 16 speelstenen welke de vier onderzoeksteams voorstellen. Elk team heeft professoren, assistenten en werklieden. Voordat het zover is, moet elke steen beplakt worden met meegeleverde stickers waarop de teamleden afgebeeld staan. Als je van dat soort klusjes houdt, een ideaal tijdverdrijf. Oh ja, er zijn ook nog meer dan tachtig 'artefacten' uit de stansramen te drukken. Indus heeft alles op de voorpret gegooid, lijkt het wel. Het relatief kleine speelbord wordt modulair opgebouwd, met één centraal deel en vier hoekdelen. Er zijn meerdere van beide soort geleverd, zodat het bord telkens anders opgebouwd kan worden. Van de centrale delen zijn er zelfs zeven, toch ietwat overdreven als er steeds maar één gebruikt wordt. Ook weer voor de voorpret. De delen worden door smalle randdelen bij elkaar gehouden. De rand bevat bovendien de startposities voor de teamleden.
Het leukste aan het spel is het plaatsen van de stenen. Aan het begin van het spel worden van elke speler drie speelstenen (1 assistent, 2 werklieden) op de startposities aan de rand van het bord geplaatst. De speler die aan de beurt is plaatst naar eigen keuze een nieuw speelsteen op een onbezette startpositie, en gooit met de bijgeleverde dobbelsteen. Hij mag met die worp één van zijn speelstenen in een rechte lijn het aantal vakjes zetten overeenkomstig de gegooide ogen. Als een stuk eenmaal op het bord geplaatst is, blijft het daar voor de rest van het spel liggen. Als elke speler dus elke steen op het bord geplaatst heeft, is het spel afgelopen. Nu komt het spannende gedeelte: er zijn drie soorten teamleden, professoren met drie sterren, assistenten met twee sterren, en werklieden met één ster. Per ster mag eenmaal geworpen worden, waarbij de laatste worp altijd de geldende worp is. Bovendien mag een speelstuk alleen verplaatst worden bij een tweede of derde worp, als het stuk dat aantal sterren heeft. Met andere woorden, zodra een speler een tweede keer werpt, mag geen enkele werkman verplaatst worden. Alleen assistenten of professoren mogen dan verplaatst worden, en bij een derde worp alleen professoren. Die steeds terugkerende keuze brengt een leuke spanning met zich mee. Er is bovendien iets van een diepere laag te vinden in het kiezen van welke speelstenen wanneer in te brengen. Met alleen werklieden in de startposities, moet de eerste worp altijd gekozen worden (al mag men dan wel kiezen welke werkman te verplaatsen). Maar assistenten en zeker professoren zijn schaarser, dus kan het inzetten daarvan niet onbezonnen gebeuren. Dit alles leidt tot een klein bord vol speelstenen, waarna de telling moet plaatsvinden. Dit is het minst leuke deel van het spel. Bovendien is tijdens het spelen moeilijk in te schatten hoe men ervoor staat, en wie gedwarsboomd moet worden. Stukken worden veelal eerst geplaatst op de ruïnes die de meeste punten, sorry, artefacten, opleveren, namelijk de gebouwen en het kanaal. Maar van de andere soorten zijn er meer, en al je speelstenen vergooien op één of twee ruïnes kan verkeerd uitpakken. Het kanaal heeft bovendien een onevenredige opbrengst, en is meestal doorslaggevend. Ten slotte Hoewel Indus een knap verzonnen spel is, heb ik de indruk dat het ontwerpen van het spel leuker was dan het spelen ervan. De spanning van het dobbelen en het wel of niet opnieuw gooien is zeker leuk, maar waar het uiteindelijk allemaal toe leidt is niet zo duidelijk. De speelstenen liggen lekker in de hand, en worden tussen beurten door veelvuldig betast (laten we dat 'bijspel' noemen). Het bord is niet onaantrekkelijk, en overzichtelijk genoeg. Het spel duurt kort, kan in een half uur gespeeld zijn (exclusief eindtelling). Het heeft allemaal niet veel om het lijf, en het einde lijkt dus wat willekeurig, maar toch verschijnt het regelmatig op tafel als tussendoortje. Raar, maar waar. Sinds oktober 2004 is er een Nederlandstalige versie van dit spel verkrijgbaar. |
|||
|
|
|||
|
Titel: Indus Auteur: Wolfgang Panning Uitgever: Queen Games Aantal spelers: 2-4 Speelduur: ong. 45 minuten Prijs: ong. € 25,- |
Afbeeldingen © Queen Games |
||